wijffie
 



wijffie
  Home
    wijffie
  Archieven
  Contact
 


 

http://20six.nl/wijffie

mogelijk gemaakt door
20six.nl



 
wijffie is herboren


Ik ga verhuizen. Weer. Sterker nog, ik ben verhuisd. Ik kon niet alles meenemen. Dat kan nu eenmaal niet, dat past niet. Je moet ook dingen kunnen weggooien. Loslaten. Dan is er weer ruimte voor nieuwe dingen. En dan lijken de oude dingen ineens weer heel anders. Fris.

wijffie.volkskrantblog.nl

wijffie zit hier
9.1.06 20:58



Bij de landing open ik mijn ogen. Meteen komt de kriebel. Eerst in mijn maag. Dan in mijn armen, handen, vingers. Een olievlek van kriebel. Naar overal. Oren, benen, tenen. De kleine haartjes in mijn neus. Maar vooral naar daar. Onderin.

Op de seconde af kan ik het voorspellen. Eerst een warm lijf. Een koude neus. Knipperende wimpers. Neerdalend bewustzijn in een leeg, slap lichaam. En dan begint het.
Tintel tintel. Sssssssssch. Een kriebel met het geluid van champagne. Zo oorverdovend dat ik niet anders kan dan mezelf ogenblikkelijk te lanceren uit het bed en snel, snel snel wat kleren aan te trekken. Joggingbroek, vest. Ik sleur de gordijnen open en kijk wild benieuwd om me heen.

Ik ben jarig en ik word getrakteerd. Op dit eiland. De lucht. De nieuwe dag. Maar bovenal op ochtendlicht. Vandaag is het blauw. Blauwig. Lichtblauwig eigenlijk. Ik kijk naar boven. Het huis heeft een plafond. Jammer.
Ik loop van voor naar achter, van raam naar raam naar raam en strek mijn nek om alles te kunnen zien. Ik steek mijn neus door de kier van het kiepraam. En snuif. Ik ruik het zand, het schelpenpad. De bomen. De kou. Het kringelt omhoog, sluipt naar binnen. Het vriest. Je kunt het ruiken. De lucht prikt in mijn holtes.

De kriebel neemt toe. Ik moet erin. Het is mijn zwembad, dit eiland. Ik kan het hierbinnen voelen. Ik ruim de vaat op, leeg de asbak. Dek de tafel. Zet koffie. Draai de thermostaat iets hoger en spring onder de douche. Handdoek, spijkerbroek, hemdje, truitje, vest. Twee paar sokken vanwege de kille stenen vloer.
In de kamer is het al wat warmer. Het rieten kleed bij de bank komt tot leven en laat zijn geur los in het huis. Ik heb er geen tijd voor. Ik moet, ik moet. Ik trek de schuifdeur wijd open en stap naar buiten. Midden in een bad van windstille kou. Eindelijk. Geen dak. Geen plafond. Geen bodem ook. Mijn kousevoeten verdwijnen in de bevroren grond.

De zon komt op. Ik kijk. Naar het rijtje huizen, daar rechts. Langzaam druipt het blauw van de schuin aflopende gevels. Van het rieten dak van de boerderij, van de vacht van de paarden daar buiten. Het ochtendlicht wordt opgevreten. Het wordt witter en witter en witter.
Eén kaarsrechte streep van blauw blijft doodstil liggen boven het weiland. De dijk. Hij draait zich stuurs met zijn rug naar de zon. Hij wil nog niet. Ik zie het.

De kamerdeur gaat open. Wat is het hier koud, zegt Marien met slaperige stem. Door zijn half geopende ogen bekijkt hij het tafereel. De schuifdeur, wijd open. De huizen, de bomen, het weiland, de blauwe dijk. En mij. Daar buiten. Daar in. Op sokken en zichtbaar ademloos.
Wat ben je aan het doen? vraagt hij.
Zwemmen, lach ik.






8.1.06 17:50


Ik hoef daar niet te zijn. Buiten. Langzaam giet ik het lauwe water in de maatbeker. Een derde in het kommetje met gist. Roeren, wegzetten tot het schuimt. Gewillig laat ik me vastzuigen in het vacuüm van dit slapende dorp met kronkelende straten. Zout door de bloem roeren. Ik pak een vork met lange tanden en roer. Rijtjeshuizen, rijtjes tuinen. Kuiltje in het midden maken. De regen striemt tegen het witte grind. Ik maak een kuiltje in het midden. De potten, de planten, de kleurige tuinmeubels. Gistmengsel al roerend in kuil gieten. Ik doe het, ik volg. Het is hier stil. De rest van het water bijvoegen. Ik giet. Ik voeg bij. Ik heb niks nodig. Ik heb een recept. Hier en daar een enkele, te vroege slang met kerstverlichting. Licht golvend in de wind. Geluidloos.

Ik wrijf wat bloem fijn tussen mijn handen, steek ze in de klonterige massa en kneed. Het deeg wordt een bal onder mijn handen. Ik duw, vouw dubbel. Duw nog eens. De geur van gist en meel komt in kleine wolkjes uit de bal naar boven. Ik zet het weg. Laat het rijzen. Tot leven komen. Dat hoef ik niet.
Mijn handen klappen de ovendeur open. Het brood schuift erin. Het gaat vanzelf. Ik hoef daar niet te zijn. Ik heb de warmte van dit huis en mijn buik die opbolt, onderaan.
Ik adem uit. En straks weer in.
Zoals altijd.

5.12.05 23:08



Ik weet het. Het hoort erbij. November. November hoort er ook bij. Al zou ik willen van niet. Het vreemde licht, de bladeren. Ze is ziek, mijn kat. De zon schijnt, toch wordt het kouder.
In de Brouwerij is het warm. Staan we lijf aan lijf in de rook. Is er de vage geruststelling van gezichten. Een décor van lelijke koppen achter beslagen ramen als houvast. Het waait op de kade, het wordt donker. Het is november.

Er zit een gat in de drukte. Hij was ziek. Het décor klopt niet meer. Er zit een gat in de drukte aan de bar. Mijn houvast wankelt. Zij niet, mijn moeder. Zij was niet ziek. Maar wel dood. Net als hij. Toen zat er ook een gat in de bar. Gapend groot.
Ze wankelt door de kamer, mijn kat. Ik laat haar drinken, slapen. Ze is ziek. En ik weet het weer. Ik weet het godverdomme weer. Het is november.
5.11.05 15:02


Het is laat. Alle telefoons in het huis zijn stil. Hier heerst het geluid van de zee. Van de liefde zonder gezicht. Van het laatste restje bier dat als een straaltje pis uit de fles in mijn glas valt. Hier heerst de echo van de kinderen. Mijn verlangen om erover te praten ketst als een knikker tegen de ruit.

Het is voor later. We willen bouwen. Om te bouwen, moet je werken. En we werken. Allebei. En we slapen. We fietsen. We roken. We doen boodschappen. We drinken koffie. We drinken bier. Alleen, en met anderen.
Ik word wakker, hij komt thuis. Hij gaat slapen. Ik sta op. Ik ga werken. Hij slaapt diep. Ik kom thuis, hij is wakker, hij gaat werken. Ik slaap diep, hij komt thuis. Van het werken. Ik word wakker, ik ga werken, hij slaapt diep. Nog voor ik thuiskom, gaat hij werken. Als hij thuiskomt, slaap ik diep.

Ik wacht in stilte. Als het bouwwerk af is, komen we elkaar wel weer tegen. Vind ik meer dan alleen bierdopjes en vetvlekken. Kleingeld dat uit zijn broek op de grond is geregend. Meer dan kleine briefjes met grote woorden op de tafel.
Ik neem plaats in mijn eigen bioscoop en laat me omringen door filmgeluiden. Ze vinden elkaar, aan het eind. Als ze elkaar nog herkennen, tenminste.

Mijn oren ruisen. Mijn hart bonkt. Zo makkelijk laat ik hem niet van me afpakken door de tijd. Als hij thuiskomt, verslind ik hem, neem ik me voor. Verslind ik hem opnieuw. Zoals ik hem vroeger verslond. Het is de enige manier om gezond te blijven. Om bijeen te blijven.
Ik blijf wakker, deze keer.


30.10.05 10:55


Het was stil rondom haar. Ze volgde het lange, slingerende spoor van de dijk. In de verte wapperden een paar sjaals, om beurten opgepakt en weer neergesmeten door de wind. De zon scheen schuin onder de wolken door op het water.
De huid in haar gezicht was slapper dan het jaar ervoor. Met nieuwe kleine bruine vlekjes, en onder haar ogen twee halve maantjes die ze nog kende van haar moeder.
Op het geraas van de wind zweefde het geluid van kinderen. Wilde, uitgelaten kinderen. Stille kinderen. Stuurloze kinderen. In gedachten omarmde ze ze een voor een. Haar kinderen. Haar werk, haar baan, haar geld, maar haar kinderen.

Ze hoorde de hoge, monotone stem van de jongen met de stuiterbalziekte. Zijn energie vocht zich een weg naar boven en deed zijn stem klinken als een fluitketel. Met die fluitketel maakte hij de beste grappen van allemaal.
Ze hoorde het geluid van de jongen wiens tong niet meedeed met de woorden. Zag de verwilderde uitdrukking op zijn gezicht als de anderen hem tot drie keer toe niet verstonden. Hoorde zijn machteloze stemverheffing in een laatste poging om zijn boodschap over te brengen.
Ze hoorde de zachte stem van het meisje dat maandenlang niets gezegd had. Het meisje met wie ze zwijgend honderduit gepraat had, met ogen, handen en voeten. Net zolang totdat haar hart twee slagen oversloeg toen ze voor het eerst haar stemgeluid hoorde. Zacht en schor en in die ene seconde het mooiste geluid van de hele wereld.

De kinderstemmen vermengden zich met de wind en waaiden weg over de dijk. Het was herfst. Alles was een klein beetje bruiner, een klein beetje ouder, maar niet veel. In de lucht en in het water verschenen twee halve maantjes.
En zij was vrij vandaag.
26.9.05 12:18


Ik mis mezelf hier.
Eigenlijk.
14.5.05 09:28


 [volgende pagina]



De auteur is aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen weblog. neem een gratis weblog op 20six.nl!